WINTERSWIJK - Mirjam Schwarz pakt schriftjes uit een houten kist. Vijf schriftjes met persoonlijke ontboezemingen van een Joods meisje in de oorlog in Winterswijk, opgeschreven van maart 1939 tot december 1943. Het dagboek van haar tante Thea Windmuller, nu gebundeld in een boek. 'Ik hoop dat alles weer gewoon wordt'.

Bekijk de video. De tekst gaat daaronder verder.

Vijf schriftjes met krabbels, zoals haar tante de schuin geschreven woorden noemt, die Mirjam Schwarz een inzicht geven in haar oorlogsgeschiedenis van haar familie en van de eerst nog onbezorgde jeugd van de 18-jarige Thea, die tijdens de Tweede Wereldoorlog verliefd wordt op Wolfgang Maas, een uit Duitsland gevluchte Jood.

'NSB-dorp'

En als derde verhaallijn het decor van 'NSB-dorp' Winterswijk, waar de dierenarts en latere NSB-burgemeester Bos aanvankelijk op de nodige sympathie onder de inwoners kan rekenen.

Maandag 3 april 1939

Ik heb Aaron gechreven dat hij niet meer moet langskomen. Hij zei dat hij het geen zondag zonder me uithield. Toen heb ik maar toegezegd. (...) We hebben fijn gewandeld. Arm in arm, wat idyllisch!  Hij wou me zoenen, verbeeld je, op klaarlichte dag! Geen denken aan.

Thea Windmuller schrijft het ene moment over een fijne pingpong-, toneel- of dansavond, en dan weer over de maatregelen van de Duitse bezetter die het leven van de Joden steeds verder inperkt. Niet meer naar de bioscoop, het instellen van een avondklok, Thea Windmuller ziet haar wereldje steeds kleiner worden. Niet alleen in Winterswijk, maar ook in Zutphen waar ze als huishoudster aan het werk gaat. Of op haar onderduikadres in Friesland, bij een streng gereformeerd gezin.

91 brieven

De omstandigheden dragen niet bij aan een positief zelfbeeld van Thea, die zich staande houdt dankzij de liefdevolle brieven van Wolfgang. ‘Ik heb 91 brieven van hem in een map’, zegt Mirjam Schwarz, die de vijf schriften tien jaar geleden in haar bezit kreeg. ‘Een verrassing, maar ook een schok’, zegt ze daarover.

Vrijdag 10 juli 1942

O, wat voel ik me doodongelukkig. Ik heb Wolfgang dinsdag al geschreven en heb nog geen antwoord terug. Het is nu vrijdag. Wat zou er toch zijn? (...) Soms denk ik: zou Wolfgang nog wel om geven? Ik heb het gevoel dat hij dat niet meer doet. Ik weet niet waarom. O, als hij het eens uit zou maken. Och, hoe kan ik zoiets schrijven? Zijn brieven zijn altijd hartelijk en hij heeft me pas nog kopjes gestuurd. 's Avonds, als ik in bed lig, neem ik zijn foto en zoen die dan maar.

Schwarz besluit de dagboekteksten te verwerken, een tijdrovend en emotioneel karwei. ‘Ik heb de schriften af en toe aan de kant gelegd en heb geprobeerd er niet te diep over na te denken. Dan raakt het je te veel en kun je er niet aan werken’, zegt Schwarz. ‘Het is ook een stukje van mij, van mijn verleden.’

'Zó zinloos'

Haar ouders spreken niet over de oorlog, dat kunnen ze emotioneel niet aan. Hoewel Schwarz moeite heeft om alle persoonlijke details van haar tante naar buiten te brengen, kiest ze voor een in haar ogen groter belang: ‘Een mooie herinnering voor mezelf en de kinderen, maar vooral omdat het een belangrijk verhaal is om door te geven. Van de Joodse gemeenschap in Winterswijk is bijna niets overgebleven. Het was zó zinloos, dat het nooit meer gebeurt.’

De familie Windmuller die de kledingwinkel moet afstaan aan een Duitser, Thea die met Wolfgang naar zijn ouders in Brazilië wil emigreren, Schwarz bijt zich steeds meer vast in een oorlogsverhaal ‘dat min of meer op mijn pad is gekomen.’ Via Gerda Brethouwer, van het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten, komt ze met een uitgever in contact. Daniëlle Hermans zou het boek met haar schrijven, maar zij werd helaas ziek. Haar taak is overgenomen door freelance journalist Hans Bouman.

Het voorwoord is van oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, die refereert aan de titel van het boek. ‘Ze hoopt dat alles weer gewoon wordt. Meer hoeft niet – ‘gewoon’ is genoeg’, citeert Schwarz Verbeet. ‘Dat heeft ze mooi verwoord.’

'Nu fini'

Thea Windmuller schrijft op 10 december 1943 nog in haar dagboek en besluit met ‘Nu fini’. Daaronder treft Schwarz nog tien – onleesbare – regels aan. ‘Ik vermoed dat ze in het duister nog wat wilde schrijven. Veel mensen hebben er naar gekeken, maar het is niet te ontcijferen.’

Ze was toen al in Amsterdam, waar ze nog een week met haar grote liefde doorbracht. Als ze in Friesland op haar veilige onderduikadres was gebleven…. ‘Maar Wolfgang vroeg haar in de brieven steeds naar Amsterdam te komen en hoewel het haar werd afgeraden, besloot ze toch te gaan. Ze zijn door de Nederlandse politie opgepakt en naar Westerbork vervoerd.’

Maandag 6 december 1943

Eindelijk kwam ik in Amsterdam aan. Met de tram, toen een eindje lopen en toen, het is niet uit te leggen hoe het is je lieve schat te zien als je die een tijd niet gezien hebt. Hij schrok zich dood, maar die eerste zoen van hem zal ik nooit vergeten.

Vergast

Ze worden op 14 december 1943 op hun onderduikadres opgepakt. Thea Windmuller wordt op 28 januari 1944 in Auschwitz vergast. Wolfgang Maas wordt er te werk gesteld en zal in de loop van 1944 door ziekte en uitputting sterven. De herinnering aan beiden blijft levend dankzij de vijf schriftjes van Thea.

‘Ik denk dat een vriendin, Rikie, de schriftjes van Amsterdam heeft meegenomen naar Winterswijk’, zegt Schwarz, die met voldoening naar het boek over haar tante kijkt. Een vervolg komt er niet, ‘maar de zoektocht gaat verder. Ik weet dat de familie van Wolfgang in Sao Paulo terecht is gekomen. Ik ben benieuwd wat er precies in Amsterdam is gebeurd en of de brieven, die Thea aan Wolfgang heeft geschreven, nog zijn bewaard. De kans is klein dat ze nog boven water komen, maar wie weet. Ik denk dat er nog iets is bij de familie van Wolfgang in Brazilië. Althans, dat gevoel heb ik.’

Het boek 'Ik hoop dat alles weer gewoon wordt' is te koop bij de boekhandel. ISBN9789024576555 Uitgever Luitingh Sijthoff, prijs 21,99 euro.

Door: Domien Esselink